Er zijn een hele hoop misverstanden die de ronde doen rond de verschillende luchtsporten. Op deze pagina zetten we er een aantal op een rijtje.
Jammer genoeg niet geheel on-waar, maar anderzijds moet dit toch wel gerelativeerd worden.
Ten eerste zijn er vliegsporten zoals zweefvliegen, parapente en paramotor die helemaal niet duur zijn. We spreken dan van prijzen van €50 voor een vlucht die - als het weer even meezit - enkele uren kan duren.
Motorvliegen is dan weer iets duurder. Om een vierzitter te huren moet je rekenen op ongeveer €120 per uur, maar je kan dit dan natuurlijk wel delen met je passagiers. Iets wat ook regelmatig gedaan wordt is dat met een aantal piloten afgesproken wordt om ieder een deel van een traject te vliegen. Dit is niet alleen leuker, maar het laat ook toe om trips te maken naar vliegvelden die iets verder weg zijn..
Jammer genoeg komen er boven op de pure huurprijs van het toestel ook nog landingrechten voor sommige vliegvelden, en zijn er nog jaarlijkse kosten zoals verzekering, lidgeld van een club, en een tweejaarlijkse medische keuring. In totaal moet een motorpiloot toch op zo'n €3.000 per jaar rekenen om z'n sport aktief te beoefenen.
Volkomen fout. Het is natuurlijk wél zo dat men goed moet kunnen zien, maar men mag hiervoor 'corrigerende glazen' gebruiken. Kleurenblindheid is dan weer wél een reden om de medische keuring te falen, hoewel dit enkel voor de ergste graad is. Voor parapente en zweefvliegen is deze beperking zelfs helemaal niet van toepassing.
In de Verenigde Staten is het zelfs mogelijk om een medische keuring te passeren wanneer men aan één oog blind is! Men is dan wel gehouden aan enkele bijkomende beperkingen, maar blijkbaar levert het geen problemen op voor sportpiloten.
Iedere piloot moet trouwens een medische keuring ondergaan. Voor bepaalde luchtsporten zoals zweefvliegen volstaat een bezoek aan een sportarts, maar om ULM- of privaat piloot te worden moet men een officiële keuring van het Bestuur der Luchtvaart passeren. Hier wordt, naast het zicht, ook nog het gehoor getest, de evenwichtszin, een ECG afgenomen en een bloedproef. Ook suikerziekte, zelfs indien onder controle met insuline, is een reden om te falen op de medische keuring.
Vele luchtsporten staan ook open voor fysiek gehandicapten. Mits een aanpassing van de controleorganen is het voor rolstoelgebruikers mogelijk om het een vliegtuig perfect te besturen. Op www.paraflight.be vindt u meer informatie hierover.
Niet waar, hoewel een 'nulrisico' in de luchtvaart ook niet bestaat. In de opleiding tot piloot wordt er echter goed aangeleerd over hoe met bepaalde risico's moet worden omgegaan. Zo zal een leerling-piloot aan zijn instructeur moeten bewijzen dat hij op een grondige manier de systemen van zijn toestel kan controleren alvorens de lucht in te gaan. Op deze manier worden technische mankementen voortijdig ontdekt.
De motoren die gebruikt worden hebben ook van bijna alle systemen een back-up, en als de motor dan toch nog zou uitvallen is het zeker niet zo dat het vliegtuig ineens naar beneden valt. Ook voor deze situatie zijn kandidaat-piloten getraind om een geschikte alternatieve landingsplaats te vinden.
Een analyse van ongevallen toont trouwens dat het grootste gedeelte te wijten is aan menselijke fouten, en in deze categorie dan nog in de meeste gevallen doordat de piloot zijn mogelijkheden heeft overschat of op een andere manier roekeloos is geweest.
Sind "elf september" is er bij sommigen de angst ontstaan dat terroristen gebruik zouden maken van sportvliegtuigjes om kamikaze-aanvallen uit te voeren op kerncentrales of andere doelen. Pure fysica-wetten spreken deze mogelijkheid tegen. Een sportvliegtuigje weegt zelden meer dan 1000kg, ongeveer evenveel als een middelgrote personenwagen. Bovendien wordt de impact in een gebouw bijvoorbeeld verdeeld over een grotere opportvlakte aangezien de vleugels een belangrijke rem zullen vormen. Bij een wanhoopsdaad enkele jaren geleden in Florida is gebleken dat enkel de ramen van de verdieping die direct geraakt was gebroken waren.
Ook de brandstofhoeveelheid die een sportvliegtuig bijheeft is onvoldoende om een vuurzee te creëren zoals gezien in het WTC.
Natuurlijk valt het niet geheel uit te sluiten dat sportvliegtuigjes voor dit doel misbruikt worden, maar de gevolgen zullen kleiner zijn dan van een aanslag met een wagen die in een massa mensen inrijdt.
Ok, vroeg of laat komt een vliegtuig wel naar beneden wanneer het geen motorkracht heeft, maar het is zeker niet zo dat dit ineens gebeurt. De piloot heeft de tijd om uit te kijken naar een geschikt terrein om een noodlanding te maken.
Natuurlijk is het leuker om te vliegen met goed weer, zoals het leuker is om eender welke buitensport te beoefenen met een stralende zon, maar enkele regendruppels zullen ULM-, motor-, of zweefpiloten niet afschrikken. Voor een parapente of paramotor is het effectief beter om niet te vliegen met slecht weer aangezien er dan risico is dat de stof van het scherm aan elkaar kleeft.
Nog een bijkomende nuance is dat er bepaalde minimum-vereisten zijn vastgesteld betreffende zichtbaarheid in vlucht. Zo moet deze voor motorvliegers minstens 3 kilometer bedragen, en voor ULM-piloten zelfs 5 kilometer. Ook is het niet verstandig om in, of in de buurt van, een onweer te vliegen aangezien de lucht hier zeer turbulent is, en de luchtstromen schade kunnen toebrengen aan het toestel.
Hoewel er gesteund wordt op een aantal wiskundige en fysische principes, is het zeker niet zo dat deze vanaf nul bewezen moeten kunnen worden, en men moet zelfs niet de correcte formule kunnen opschrijven. Gewoon weten waarover het gaat volstaat, en dat moet mogelijk zijn voor iedereen die z'n middelbaar heeft afgerond!
Dit is slechts in enkele uitzonderlijke gevallen zo, namelijk wanneer de zwevers gebruik maken van hellingstijgwinden. Dit is het fenomeen dat de wind naar boven wordt afgebogen door een helling. In onze vlakke lage landen maken zwevers echter meestal gebruik van thermieken. Dit zijn stijgwinden die ontstaan door de ongelijke opwarming van de bodem door de zon. Een beetje wind helpt om deze thermieken "los te maken", maar indien er teveel wind is, worden de stijgwinden teveel verspreid, en letterlijk aan flarden geblazen.